← Alle artikels

Hoeveel eigen cash heeft dit project écht nodig?

Een winstgevend project kan je alsnog in liquiditeitsproblemen brengen. Waarom het diepste punt op je cashcurve het getal is dat telt, en hoe je het vooraf kent.

Elke projectontwikkelaar kent de grote getallen van een project uit het hoofd. De grondprijs. Het bouwbudget. De verkoopwaarde van de units. En meestal ook de marge onderaan.

Maar er is één getal dat veel moeilijker uit een Excel rolt, en het is net dat getal dat bepaalt of je ‘s nachts slaapt: hoeveel van je eigen cash moet je in dit project stoppen, en op welk moment?

Je herkent het misschien. Halverwege de werf staat er minder op de rekening dan je budget deed vermoeden. De marge is niet weg, ze is nog niet aangekomen. En intussen moet er wel betaald worden. Een winstgevend project kan je op die manier alsnog in liquiditeitsproblemen brengen, niet omdat de cijfers niet kloppen, maar omdat de uitgaven en de inkomsten niet op hetzelfde moment vallen.

Drie stromen die niet gelijklopen

In een ontwikkelingsproject lopen drie geldstromen door elkaar, elk met hun eigen ritme:

  • De bouwkosten gaan buiten in fasen. Grondwerken, ruwbouw, afwerking. Je betaalt aannemers naarmate de werf vordert.
  • De verkoop komt binnen op facturatie-milestones. Elke schijf wordt pas opeisbaar wanneer een stuk van de bouw effectief is uitgevoerd. Je inkomsten volgen dus de werf, niet je behoefte, en meestal later dan je zou willen.
  • De financiering zit ertussen. Opnames wanneer je ze nodig hebt, maar ook aflossingen en intresten die opnieuw cash kosten.

Elk van die stromen is op zich te overzien. Het lastige zit in de combinatie: ze versterken en compenseren elkaar op momenten die je niet zelf kiest. Een aannemer die een maand vroeger factureert en een unit die een maand later verkoopt, vallen samen precies wanneer je het het minst kan gebruiken. Het verschil tussen wat er buitengaat en wat er binnenkomt, op elk moment in de tijd, is wat je zelf moet voorfinancieren. En dat verschil is zelden constant.

Fig. 1 · Uitgaven en inkomsten lopen niet gelijk
cumulatieve bouwkosten cumulatieve verkoop voor te financieren Cumulatief (€) startruwbouwafwerkingoplevering
De verkoop volgt je facturatie-milestones, niet je behoefte. Zolang de bouwkosten sneller oplopen dan de verkoopschijven binnenkomen, draag jij het verschil. Die kloof is zelden constant.

Het getal dat telt is je diepste punt

Begin bij een realistisch startpunt: een nieuwe vennootschap, een nieuwe rekening, saldo €0. Dat is geen pessimisme. Een ontwikkelaar opent typisch een aparte vennootschap en een aparte rekening per project; er is geen buffer die vanzelf meekomt. Laat vanaf dat nulpunt alle in- en uitgaven dag per dag doorlopen. De curve die je krijgt, duikt eerst onder nul en klimt er pas laat weer bovenuit.

Dat diepste punt is het enige getal dat echt telt. Niet je totale bouwbudget, niet je leningbedrag: het diepste dal op je cumulatieve cashcurve is hoeveel cashflow dit project nodig heeft. En even belangrijk: wanneer dat dal valt.

Twee projecten met exact dezelfde marge kunnen een compleet ander dal hebben, puur door timing. Het totaalbedrag zegt je niets over de zwaarte van de piek. Daarom is “hoeveel kost dit project” de verkeerde vraag, en “hoe diep zakt mijn cash, en wanneer” de juiste.

Fig. 2 · Het diepste dal is het getal dat telt
€0 cashflow nodig je diepste dal wanneer het dal valt startruwbouwafwerkingoplevering
Start op €0, laat alles doorlopen. De cumulatieve cashcurve duikt onder nul en klimt er pas laat weer bovenuit. Het diepste punt is hoeveel cashflow dit project nodig heeft, en wanneer.

Wat dat dal doet bewegen

Het diepste dal is geen vast getal. Het beweegt met de werf. Een verkoop die een kwartaal opschuift, een fase die uitloopt, een aannemer die sneller factureert dan gepland, een rentevoet die verandert: elk daarvan verdiept of verplaatst je dal. En omdat die dingen zelden alleen komen, is het dal dat je in januari berekende niet meer het dal van in mei.

Daar zit het verschil tussen een plan en een forecast. Een plan is een foto. Een forecast beweegt mee, en waarschuwt je wanneer het dal dieper wordt terwijl er nog tijd is om iets te doen: een schijf vervroegen, een opname plannen, een uitgave verschuiven. Op een statische Excel zie je die verschuiving pas als het geld al weg is.

Fig. 3 · Eén verschuiving, een dieper dal
€0 basisplan verkoop schuift een kwartaal op dieper én later startruwbouwafwerkingoplevering
Het dal beweegt mee met de realiteit. Eén unit die later verkoopt, en je dal wordt dieper én verschuift in de tijd. Een cashbeeld dat zichzelf bijwerkt is meer waard dan een spreadsheet die klopte op de dag dat je hem maakte.

Cashflow nodig = lening + eigen inbreng

Zodra je dat dal kent, wordt de echte vraag beantwoordbaar. Wat de lening dekt en wat je zelf moet inbrengen, zijn twee stukken van dezelfde curve.

En je eigen inbreng is geen enkel bedrag. Het is een curve over de tijd: op welke maanden moet er hoeveel van jouw geld op de projectrekening staan om nooit onder nul te gaan. Je kan ruim in je eigen middelen zitten en tóch klem komen, simpelweg omdat het geld op de verkeerde maand vastzit in een ander project of nog in de grond zit. Dat is het verschil tussen “we hebben genoeg eigen middelen” en “we hebben ze op het juiste moment”.

De lening is bovendien geen vaste bodem. Opnamevoorwaarden, aflossingen en intresten bewegen mee. Zichtbaar maken wat de lening op elk moment dekt, en wat daarboven van jou moet komen, is het halve werk. Pas dan weet je of je financiering het project draagt, of dat er een gat zit dat jij zult moeten dichten.

Fig. 4 · Cashflow nodig = lening + eigen inbreng
eigen inbreng (jouw cash) lening dekt de basis startruwbouwafwerkingoplevering
Je eigen inbreng is geen bedrag, maar een curve. De lening draagt de basis; jouw cash draagt de piek. Wat telt is op welke maanden hoeveel van jouw geld op de rekening moet staan.

Waarom een spreadsheet hier vastloopt

Op één project met één vennootschap houd je dit misschien nog met de hand bij. Maar zo werkt een ontwikkelaar zelden. De norm is een grondvennootschap en een projectvennootschap, vaak meerdere projecten tegelijk, elk met eigen leningen, eigen fasering, eigen verkoopritme. De cashvraag loopt dwars door die structuur heen, en verschuift bij elke wijziging op de werf. Een spreadsheet kan dat één keer vastleggen. Hij kan het niet bijhouden.

Dat is waar wij Cashplannr voor bouwen. Twee dingen maken we bewust makkelijk. Eén: je cashflow forecasten op je facturatie-milestones, zodat je verkoopinkomsten meebewegen met de werf in plaats van met een optimistische aanname. Twee: je financiering zichtbaar in diezelfde curve, opnames én aflossingen, zodat je in één oogopslag ziet wat de lening draagt en wat jij zelf moet voorzien. Samengelegd per vennootschap en over projecten heen. Zodat de vraag “hoeveel eigen cash, en wanneer” een antwoord heeft voordat de eerste spade de grond in gaat, en niet halverwege de werf.

Een project plan je op winst. Maar je overleeft het op cashflow.

Thomas Hysselinckx Founder, Cashplannr

KLAAR OM TE STARTEN?

Stop met brandjes blussen. Begin met vooruit kijken.

14 dagen gratis. Geen creditcard. Boekhouding-first: 15 minuten van sign-up tot eerste forecast.
Cashplannr detecteert je eerste anomalie binnen 48 uur na koppeling.

Start 14 dagen gratis Plan een gesprek
Vertrouwd door bedrijven in BE · NL · FR · binnenkort ES & PT